woensdag 6 februari 2013

Naakt schoon en zeekoeien


 


Dat mannen zich laten verblinden door hun hormonen, deed ik een aantal blogs geleden al uit de doeken. Gesprekken met zeelieden, als voorbereiding op onze tentoonstelling over maritieme lust, schuurden regelmatig langs dit thema. Sterker nog, seksuele onthouding zou er zelfs voor zorgen dat behoeftige matrozen zeekoeien voor zeemeerminnen verslijten? Hoe lang zou je van huis moeten zijn om in dat stadium te geraken?
Erg lang, lijkt me.
Ik sloeg er de Grzimek nog eens op na. Deel 15 uit deze lijvige dierenencyclopedie is gewijd aan zeezoogdieren. De Duitse bioloog schrijft: “De zeekoeien (orde Sirenia) zijn zware, cilindrisch gebouwde dieren, wier lichaam zijn ronde vorm dankt aan een speklaag.”
Ach so.
En daar zien zeemannen dus een mooie vrouw in?
Hoe bronstig kun je zijn?
Nu ja, het gegeven is fascinerend genoeg om zeekoeien een plek in onze tentoonstelling te geven. Maar bestaan er eigenlijk modellen of opgezette exemplaren van deze 4000 kilo wegende en 7,5 meter lange dieren? Ik besloot mijn oude dierentuinnetwerk aan te spreken en Remie Bakker te bellen.  Deze Rotterdamse modellenmakker , een expert op het gebied van zeezoogdieren, kon me ongetwijfeld op weg helpen.
“Zeekoeien? Dat betwijfel ik. Zeezoogdieren laten zich slecht opzetten.”
Gelukkig had hij nog wel wat adresjes om navraag te doen. Naturalis uiteraard, maar ook een expert op Texel en eentje in Duitsland. Die zou ik zeker nabellen.
Remie had nog een tip: “Wist je dat ook het gezang van walvissen zeelieden in verwarring bracht?”
Dat wist ik niet.
“Nee echt!” vervolgde hij enthousiast: “Het gezang van een bultrug hoor je dwars door een scheepsromp heen. Kun je je voorstellen wat dat voor een effect heeft? Midden op zee? In het holst van de nacht?”
Dat probeerde ik. Het ijle gezang van walvissen is eerder klaaglijk en onheilspellend, maar toch kon ik me goed voorstellen dat je er de lokroep van een bevallige sirene in kon horen.
“Goed verhaal, Remie. Dat kunnen we zeker in onze tentoonstelling gebruiken.”

Ik zie het al voor me. Het volslanke postuur van een opgezette zeekoe omlijst door het mysterieuze gezang van een bultrug. En vervolgens proberen we de bezoeker ervan te overtuigen dat deze dieren allerlei erotische visioenen opriepen bij zeelieden? Ik weet niet of u overstag gaat, maar een mooi verhaal is het zeker.

woensdag 16 januari 2013

De laatste stukjes van Van Speyk


Deze kerstvakantie namen we afscheid van de Buffel, maar uiteraard lieten we ons vlaggenschip niet zomaar vertrekken. Er was van alles te doen aan boord. Zo bracht een aantal PABO-studenten met een mysteriespel het verleden van het ramtorenschip tot leven. Het script bevatte weliswaar een eenvoudig verhaaltje, maar was toch knap lastig om te schrijven. Een duik in het verleden van de Buffel levert namelijk bar weinig op; ik ontdekte dat het schip hoegenaamd niets heeft meegemaakt. Tussen 1868 en 1896 - de jaren dat de Buffel in en uit de vaart werd genomen - was het vrede.
Tja.
Gelukkig vond ik in de annalen toch een aardig feitje: de Buffel is in 1871 naar Antwerpen afgereisd om de resten van zeeheld Van Speijk op te halen. Opmerkelijk want de beste man had in 1831 zijn schip met complete bemanning (er bestond nog geen arbo-wetgeving) de lucht in laten vliegen. Een drastische oplossing om zijn kanonneerboot uit handen van de Antwerpenaren te houden. Je kunt je afvragen welke Belg destijds de moeite had genomen om alle stukjes zeeheld uit de Schelde  te vissen (en te identificeren). Bovendien was Van Speijk al in 1832 met alle egards in Amsterdam begraven.
Hadden de Belgen nog wat stukjes achtergehouden?
Hoe het ook zij, de reis was een prima kapstok voor een rollenspel. Jeugdige bezoekers van de Buffel moesten via de acteurs achterhalen waarom de Buffel destijds op "geheime" missie naar Antwerpen was vertrokken. De kok verklapte dat de stoker er meer van wist en de stoker verwees de kinderen door naar de provoost, alwaar ze kennismaakten met matroos Henk, een stumper die in een donkere cel in de boeien was geslagen.
“Toen we in Antwerpen lagen, zag ik de officier iets in een kist stoppen”, vertrouwde Henk de kinderen toe, “Hij zag me kijken, werd woedend en liet me meteen opsluiten.”
De kinderen waren verbijsterd.
Dat het wel goed zit met het rechtvaardigheidsgevoel van de hedendaagse jeugd, bleek  toen de meesten onmiddellijk richting  officiershut vertrokken om verhaal te halen. De dienstdoende officier had natuurlijk wel door dat zijn geheim op straat lag en liet de kinderen, na enig aandringen, zien wat er in de kist zat: enkele verfomfaaide kledingstukken van de gesneefde Van Speijk. Ze zouden een jaar later, bij de veertigjarige herdenking van zijn heroïsche zelfmoord, aan het volk worden getoond. Tot die tijd moest het bestaan van de relieken geheim blijven.
“Heel belangrijk dus dat jullie niet verklappen wat jullie gezien hebben”, besloot de officier.
“Dat kan wel zijn”, mopperde een meisje “maar dan hoeft u Henk toch niet op te sluiten. Het is harstikke koud en donker in die gevangenis.”
Heerlijk zoals kinderen zonder reserves meegaan in een gespeeld verhaal. Zo komt geschiedenis pas echt tot leven.

De Buffel is gelukkig vanaf mei 2013 weer te bewonderen; in de oude marinehaven van Hellevoetsluis.


donderdag 20 december 2012

Wereldvreemde nerd.



Ik ben een wereldvreemde nerd.
En collega Ron Brand met mij.
Een verstrekkende conclusie, maar onontkoombaar wanneer je als naïeve educator en argeloos conservator  met vier zeelui in gesprek gaat over hun erotische avonturen. Niet voor de lol natuurlijk - nee zeg - maar omdat we aan dit pikante onderwerp een tentoonstelling willen wijden.
Al eerder schreef ik over mijn ontmoeting met Koos op Katendrecht. Hij vertelde bloemrijk over de mores op zee en de volkscultuur op de Kaap. Deze afspraak met de vier zeelui was min of meer een vervolg. Ook Koos was weer van de partij, dit keer aangevuld met een oud-machinist, oud-stuurman en oud-kapitein.
Ron en ik vreesden voor een aarzelende start – je deelt immers niet met iedereen je seksleven – maar daar vergisten we ons in. De gewezen stuurman nam meteen het voortouw en al snel bleek de ene anekdote opmaat voor de andere. De verhalen waren soms schunnig, maar meestal vol humor, zelfspot en realiteitszin. Over spanningen aan boord tijdens lange reizen die zich ontlaadden in knokpartijen, bevlekte pin-ups en seksblaadjes, populaire havens in Latijns-Amerika en de professionaliteit van Japanse hoeren. De heren namen kortom geen blad voor de mond . Ze schilderden een mannencultuur gedreven door testosteron en hormonen.
“Een kut trekt meer dan tien paarden” , verklaarde Koos poëtisch. Ron en ik hielden uiteraard ons gezicht professioneel in de plooi, maar beseften dondersgoed dat ons hier een wereld werd voorgeschoteld waarvan wij - museale kantoorklerken - slechts  het bestaan vermoedden.  Niet omdat wij zoveel beschaafder zijn dan onze gasten, maar puur omdat wij nooit in de ‘juiste’ omstandigheden verzeild zijn geraakt. Onze vier gasten zijn er stellig van overtuigd dat ‘alle’ mannen - ongeacht nationaliteit of cultuur - hetzelfde zijn en er lang op reis en ver van huis hun eigen seksuele normen en waarden op na houden.
Ik begreep het eigenlijk wel.
Onwillekeurig moest ik echter aan mijn voormalige werk als educator in Diergaarde Blijdorp denken. De dierentuinwereld heeft veel te stellen met jonge mannetjesolifanten die, eenmaal in de puberteit, de gehele kudde beginnen lastig te vallen. Moeder, tante, broer of zus… maakt niet uit. In de natuur wordt zo’n hitsige jongeling domweg de kudde uit gebonjourd, maar in dierentuinen worden ze noodgedwongen apart gehuisvest.  Afgaand op de anekdotes van onze zeemannen gedragen mannetjes-mensen zich niet veel anders: ook zij worden gedreven door hun instincten, met dat verschil dat ze tussendoor nog weleens een goed boek lezen.
Sommige exemplaren althans.

donderdag 6 december 2012

Dames met een rauwe gerrit


Dat veel zeelui op hun lange reizen de bloemetjes buiten zetten, is publiek geheim: iedereen weet het, maar niemand wil erover praten. Voor een nieuwe tentoonstelling  zijn we niettemin op zoek naar maritieme ooggetuigen die minder moeite hebben om hun “avontuurlijke” verleden of heden te delen. Gelukkig hebben we er een aantal gevonden.
Koos is er een van.
Twee weken terug ging ik bij hem op de koffie.  Koos, zeventig jaar oud, heeft in zijn jonge jaren de wereld rondgevaren en woonde een groot deel van zijn leven met partner Rob op Katendrecht . Vanuit een comfortabel appartement overziet hij nu de Kaap en kijkt hij terug op het roemruchte verleden van de wijk. Koos is heel stellig: “Bij ons aan boord ging iedereen naar het bordeel.  Alleen de hoofdmachinist niet - die ging naar de kapper, zei hij - maar als we weer op zee waren bestelde hij ineens een colaatje in plaats van zijn favoriete neut. Alcohol en penicilline gaan immers niet samen.”
“Penicilline?” vroeg ik naïef.
“Ja, om geslachtsziekten te onderdrukken.”
“Aha.”
Koos zat duidelijk in zijn praatstoel. Hij vertelde honderduit.  Over hoe hij tijdens zijn carrière op zee nog in de kast zat. Dat homo’s troost vonden bij begripvolle hoeren op de Kaap. Dat de naam Katendrecht bij Griekse zeelui beter bekend was dan Rotterdam zelf. Dat Noorse zeelui hun geld liever aan alcohol besteedden dan aan de dames. Kortom, sappige anekdotes uit een vervlogen verleden.
Het mooiste aan de verhalen van Koos vond ik het Kaapse taalgebruik. De straattaal van een havenstad is meestal niet mals, maar op Katendrecht was men wel heel virtuoos. ‘Die vrouw speelt piano’ was codetaal voor een heimelijke prostitué en een dame die erg veel klanten had bediend, had na een dag last van een ‘rauwe gerrit’. Ook de bijnamen van de prostitués spreken nog steeds  tot de verbeelding: de Makreel was een hoer uit Zeeland, Lodalientje werd vernoemd naar het schoonmaakmiddel waarmee ze de eczeem op haar dijen bestreed en Corrie van de Rekels was een dame die op luidruchtige wijze haar vleeswaar aan de man bracht.

Binnenkort spreken we Koos weer. Maar dan in gezelschap van enkele andere openhartige zeemannen. Het belooft een gezellige boel te worden.

vrijdag 9 november 2012

Een kus voor de matroos

 
“Dit is een hééééél oud schip. De opa van mijn opa van mijn opa van mijn opa van mijn opa van mijn opa van mijn opa van mijn opa… en die z’n vader, heeft er nog op gevaren.”
Tweeëntwintig kleuters keken Koos Matroos met grote ogen aan.
“Dat is te moeilijk voor ons hoor”, reageerde een schattig meisje met vlechtjes, “Dat begrijpen wij niet.”
Altijd weer verrassend hoe oprecht kleuters reageren.
Acteur Rob Musters probeerde afgelopen woensdag een nieuwe variant van zijn kleuterprogramma “Koos Matroos” uit. Normaal speelt deze muzikale les zich af aan boord van marineschip De Buffel, maar gedwongen door bezuinigingen vertrekt De Buffel binnenkort uit de Leuvehaven, dus die vlieger gaat niet meer op.
Gelukkig is Koos Matroos ook leuk zonder Buffel. Althans, dat hoopten we. Een try-out moest het bewijs leveren. Vandaar dat onze bezoekers afgelopen woensdag een sliert kleuters van OBS De Margriet achter Koos aan konden zien huppelen. Eindbestemming was onze tentoonstelling ‘Geen Zee te Hoog’, een echte museumtentoonstelling met mooie scheepsmodellen en prachtige schilderijen, maar met weinig interactie.
Niet geschikt voor kleuters?
Wél als je het kielzog van Koos Matroos bevaart. Koos toonde de kleuters de schepen van zijn zeevarende voorvaderen en beduvelde zijn jonge publiek met sterke verhalen in vloeiend visserslatijn. En de kinderen? Die slikten alles voor zoete koek. Na vijf scheepsmodellen, een enorm 17de eeuws schilderij en een maquette van een scheepswerf, vond Koos het welletjes. De kinderen moesten nu zelf maar ‘s aan de bak. Met echte instrumenten voerden ze een hoorspel op, vlak naast ons beroemde Mataro-model. Gewoon tussen het publiek. Een chaotische, maar o zo muzikale potpourri was het resultaat.
Na afloop wees Koos nog even op een mooi scheepsmodel in de hal.
“Kijk, op zo’n soort schip heeft de opa van mijn opa nog gevaren.”
“De opa van je opa?”, vroeg hetzelfde meisje weer.
“Ja, begrijp je wel?”
“Nee, maar dat geeft niet hoor. Ik vind jou toch lief.”
Waarop ze Koos spontaan een kusje op de wang gaf.

vrijdag 12 oktober 2012

Wat het Stedelijk van Villa Zebra kan leren?


Een gibbon in een ijslandschap, angstig scherpe close-ups van insecten, een ernstig gewond hobbelpaard… Villa Zebra pakt momenteel uit met “Ah, wat lief!”. Gesteund door haar vaste kinderpanel stelde de Villa een tentoonstelling met moderne kunst samen, afgestemd op haar minderjarige doelgroep, maar niettemin confronterend, verwarrend en compromisloos. Dit jaar zijn dieren leid- en lijdmotief.
Vorige week bezocht ik de feestelijke opening van “Ah, wat lief”. Sommige werken vond ik mooi, andere lelijk, gruwelijk, filosofisch of grappig, maar steeds werd ik geraakt. Villa Zebra is namelijk ook geschikt voor meerderjarige kijkers. Na een uurtje verliet ik geïnspireerd de Villa. Op de fiets moest ik onwillekeurig aan het Stedelijk Museum in Amsterdam denken. Wat een contrast! Toen ik enkele jaren geleden de tijdelijke dependance aan het IJ bezocht, had ik geen idee wat ik ervan moest vinden. De kunstenaars hadden hun ei gelegd en verder moest ik het maar uitzoeken. De summiere bordjes met conceptuele bespiegelingen gingen mijn bevattingsvermogen te boven en de hulpvaardige suppoosten wisten ook niet beter.
Ben ik dus conservatief?
Ongetwijfeld, maar wat vooral meespeelt is dat Villa Zebra haar publiek serieus neemt. Dat de Villa niet door, maar wel degelijk op de knieën gaat. Moderne kunst wordt met filosofische vragen, scherpe stellingen en humor opgediend, toegankelijk gemaakt. Daarmee bereikt de Villa niet alleen kids van kunstzinnige ouders maar ook een nieuw publiek: Rotterdamse kinderen die niets hebben met moderne kunst.
En mij natuurlijk.
Wie de kunst van het Stedelijk niet snapt, kan bij de buren altijd nog een Van Goghje bekijken. En zeg nu zelf, van een Baya Beachclub verwachten we ook geen programma voor intellectuelen, maar toch… mag ik als ontluikend kunstliefhebber alsjeblieft aan het handje worden genomen? Net als in Villa Zebra.

vrijdag 21 september 2012

Gezocht zangtalent M/V


Onze speurtocht naar Rotterdams zangtalent begon medio juni vruchten af te werpen. Ik had al enkele zangers en zangeressen voor het project “Havenstad vs Wereldstad” gevonden, toen ik een enthousiast mailtje kreeg:
“Ik hoorde dat je jong zangtalent zocht. Met 55 voel ik me zo’n beetje tussen oud en jong in.”
Het bericht kwam van ene Frank, zanger in het straatbandje “Ongeregeld”. Onderaan zijn mailtje prijkte een foto: een middelbare rocker, met lang blond haar en doorgroefd gelaat, een beetje als Mick Jagger. Frank leek me een welkome aanvulling op de oudere dames, de Filippijnse ex-kapitein en het jonge duo Gregory en Nelline, die zich al voor het muziekproject hadden opgegeven.
“Leuk dat je interesse hebt in ons project. Voor het gemak deel ik je toch in bij de ouderen, ook al zie ik aan de foto dat je jong van geest bent”, mailde ik terug.
Nog dezelfde dag kreeg ik antwoord:
“Als artiest doe ik de laatste vijf jaar een persoonlijk Rotterdams geschiedenisproject; ik hou de herinnering aan Janine Wegman levend door in haar voetsporen te treden. Zij was Rotterdams eerste travestiet en transgender (…).”
Dit mailtje had Frank ondertekend met Janine. De afsluitende foto was ook veranderd. Ik herkende nog wel de rocker, maar nu was hij… nee, zij… gekleed in trouwjurk en werd ze geflankeerd door enkele in zwart maatpak gestoken bandleden.
“See me as a genuine rock bitch”, stond eronder.
Ik was dan ook benieuwd wie zich zou melden bij de eerste repetitie in het museum, Frank of Janine?
Op 19 augustus was het zover. Die dag kwamen de oudere Rotterdammers hun maritieme liedjes oefenen, een week later de jongere, en tenslotte zouden we op 2 september jong en oud bij elkaar zetten. Zo moesten de verhalen tussen de generaties loskomen. Hoe was het om in de Havenstad Rotterdam op te groeien? En hoe is dat tegenwoordig, als je opgroeit in de Wereldstad Rotterdam? Een muzikale ontmoeting, culminerend in twee optredens: tijdens de Wereldhavendagen en de Zuiderparkspelen.
Uiteindelijk bleek het Frank te zijn, die bij ons aanklopte. Voor even dan, want ergens onderweg, tussen onze entreebalie en de Zadkine Zaal, tranformeerde Frank in Janine. Shirt en spijkerbroek hadden plaatsgemaakt voor luchtig zomerjurkje.
Verrassend.
Dat vonden de overige zangers en zangeressen ook, maar hun beleefd verborgen scepsis verdampte toen Janine “Scheepvaartberichten” van Drs P inzette. Wat een strot! Wat een performance!
“Eh… even voor alle duidelijkheid”, vroeg ik Janine na afloop: “Noem ik je voortaan Frank of Janine?”
“Hou het maar op, Janine”, zei ze terwijl ze alvast een shaggie voor buiten rolde.
Een kwartiertje later reed Janine weg van het museum. Nu weer in spijkerbroek en shirt, op een stoere motor.

Op 30 september tijdens de Zuiderparkspelen treden onze zangers en zangeressen voor de laatste keer op. Kom om 16:00 uur genieten van Havenstad vs Wereldstad in het Zuiderpark.