maandag 7 november 2011

Suffe bootjes en ouwe mannen


“Ga jij bij dat bootjesmuseum werken?”, vroeg de pr-man van Blijdorp mij ooit toen ik over mijn nieuwe baan vertelde: “Wat moet jij daar nou? Dat is toch iets voor ouwe mannen.”
Ik bedankte hem hartelijk voor het verkapte compliment, maar besefte ook voor het eerst dat hele volksstammen ons museum associëren met gepensioneerde zeelui en stoffige scheepsmodellen. Nu kan ik niet ontkennen dat beide tot onze vaste entourage behoren, maar er is zoveel meer. Al bijna twintig jaar vermaakt Professor Plons onze jongste bezoekers en de Buffel is al dertig jaar een opwindende tijdmachine. Maar inderdaad, we hebben ook bootjes en gewezen zeelui.
Daar schamen we ons niet voor.
Voor ‘Recht zo die gaat!’, onze tentoonstelling over navigatie, hebben we echter alles uit de kast gehaald om dit bootjesimago te ondergraven. Voor de zoveelste keer trouwens. Oké, er staan vijf mooie scheepsmodellen in een enorme vitrine, en natuurlijk heb ik de eerste oud-zeevaarders al gesignaleerd die deze scheepjes amechtig stonden aan te staren, maar het hart van de tentoonstelling wordt gevormd door unieke objecten (de wereldkaart van Mercator uit 1569!), toegankelijke educatieve filmpjes (met Jack Wouterse) en heel veel interactieve onderdelen.
Een echte familievoorstelling dus.
Ons nieuwste wapen in de strijd tegen ons bootjes-imago is de Globetrotter Helpdesk. Een infokar over zeekaarten en navigeren. Judith en Floor, twee frisse blonde, maar zeker ook slimme, meiden van de PABO, bemannen de Helpdesk en winden ons publiek met jaloersmakend gemak om hun vingers. Uiteraard wel nadat we ze een stoomcursus navigatie hebben laten doorlopen.
Dus… wat nou ‘bootjesmuseum'!?
De jonge dames vallen uiteraard ook in de smaak bij oude mannen met een maritiem verleden. Sterker nog, met zichtbaar plezier verrijken deze heren Judith en Floor met allerlei extra weetjes. Het etaleren van kennis is immers een typische mannenkwaal.
“Meissie, met zo’n parallelliniaal kun je ook heel anders je koers aflezen hoor!”, wist een zeebonk al op de eerste dag dat de infokar door Judith werd bemand.
De ouwe rot en jonge studente stonden niet veel later zij aan zij de rest van het publiek voor te lichten. Daar zaten trouwens verdraaid veel dames en kinderen tussen. En ouwe mannen natuurlijk.

vrijdag 28 oktober 2011

Fusie uit armoe of ambitie?


"O, werk je bij het Maritiem Museum? Wat leuk! Jullie gaan toch fuseren met het Schielandhuis?"
Tegenwoordig kan ik geen verjaardagsfeestje bezoeken of de mogelijke fusie tussen het Maritiem Museum en Museum Rotterdam wordt aangesneden. En dan meestal precies als ik zit te worstelen met zo'n rampzalige tompouce. Mogelijke fusie, schrijf ik bewust, want het is nog lang niet zeker of ons museum samengaat met de buren. En trouwens, het gaat niet alleen om een fusie met Museum Rotterdam, ook het Havenmuseum en het Oorlogs- en Verzetsmuseum zijn bij de besprekingen betrokken.
"Wat vind je eigenlijk zelf van die fusie?", is meestal de volgende vraag.
Terwijl ik de onwillige tompouce met een vorkje probeer te vierendelen, veins ik dan enthousiasme: "Tja, inhoudelijk vind ik het heel interessant. Mocht ik de fusie overleven dan wordt het werk zelfs leuker; nog meer historische onderwerpen waar ik me op uit kan leven."
Vervolgens neem ik een flinke hap uit de tompouce in de hoop met volle mond het gesprek te smoren. In werkelijkheid ben ik namelijk minder enthousiast, maar vind ik het flauw om de feeststemming te bederven. Een fusie tussen twee musea kan goed uitpakken - het nieuwe Museum Aan de Stroom (MAS) in Antwerpen is een inspirerend voorbeeld - maar ik weet niet zeker of dat voor de Rotterdamse plannen ook geldt. Punt is namelijk - om bij het Vlaamse voorbeeld te blijven - dat het bij het MAS ging om een fusie uit ambitie. Een aantal kleine musea zijn samengevoegd in een prachtig nieuw gebouw en dat leverde veel meer op dan de som der delen; Antwerpen is een attractie rijker. Op dit moment wordt inderdaad onderzocht of ook een fusie tussen de Rotterdamse musea mogelijk is, maar in dit geval met de doelstelling zoveel mogelijk te bezuinigen. Een denkbaar scenario is bijvoorbeeld dat het Museum Rotterdam in het pand van het Maritiem Museum wordt gehuisvest. Dat scheelt een hoop geld, maar is niet bepaald het resultaat van een fusie uit ambitie. Meer een uit armoe. Het MAS is een impuls voor havenstad Antwerpen. Een MAM (Museum aan de Maas), vrees ik, een verschraling van het culturele aanbod in Rotterdam.
"Maar denk je dat die fusie ook echt door gaat?"
"Huh... wat?... Sorry, even mijn mond leeg eten... Jij ook een tompouce? Er zijn er meer hoor."

maandag 24 oktober 2011

De opmars van Sjaak de Scheepshond


Het kan raar lopen in een hondenleven. Zit je lekker te suffen aan boord van je antieke zeilschip te Vlaardingen, word je gespot door een passerend educator. Het overkwam Esin vorig jaar toen ik op zoek was naar een maritieme viervoeter die in de huid van Sjaak de Scheepshond kon kruipen, de hoofdrolspeler in een nieuw educatief programma voor kleuters. Esin – overigens een teefje – werd door haar enthousiaste baasje enthousiast gestimuleerd om mee te doen, hoewel de noodzakelijke fotosessie niet echt op rolletjes liep (zie mijn blog van 4 juni 2010).
Uiteindelijk kwam alles goed en werd Sjaak de Scheepshond een van de meest succesvolle lesprogramma’s in ons museum. Zo succesvol dat de carrière van Sjaak inmiddels die van Carice van Houten naar de kroon steekt.
“Zullen we Sjaak ook als activiteit inzetten voor het Jeugd Vakantie Paspoort?”, vroeg collega Hanneke daarom dit voorjaar. Ze hoopte natuurlijk slim mee te liften op Sjaaks succes.
"Uitstekend idee!", vond ik.
En zodoende maakten afgelopen zomer 3361 Rotterdamse kinderen en 2113 ouders kennis met Sjaak de Scheepshond. Inmiddels heeft het uitdijende imperium van Sjaak zelfs ons kantoor bereikt. Op de foto ziet u Sjaak meevergaderen over zijn volgende actie. De tentoonstelling Professor Plons gaat eind maart namelijk tijdelijk dicht en Sjaak heeft zich bereid verklaard de verjaardagsfeestjes, die normaal gesproken in Plons gevierd worden, van de professor over te nemen.
We verwachten dat Sjaak volgend jaar minstens een Oscar-nominatie in de wacht sleept.

donderdag 13 oktober 2011

“Mijn lief best vrouwtje”


“Ik ben zo gelukkig dat we die laatste maandagavond rustig en ongestoord konden doorbrengen en dat mijn ‘schatje’ zo flink was toen ik haar verliet. Het is zoveel verstandiger en zoveel prettiger voor diegene die weg gaat, als een afscheid voor enkele weken met verstand tot de juiste proporties wordt teruggebracht.”

Laatst hadden we een vergadering waarbij conservator Ron Brand voorlas uit de correspondentie van George Reuchlin, geschreven aan boord van een prachtig passagiersschip. Ook bovenstaande passage kwam aan bod.
Waarschijnlijk was u niet erg onder de indruk. Wij wel. Omdat wij de context kenden; met de juiste kennis krijgen woorden en beelden immers een totaal ander gewicht.
Ik zal het bewijzen.
Dit is de juiste context: Jonkheer George Reuchlin was een van de directeuren van de Holland-Amerika Lijn; de passage komt uit een brief aan zijn vrouw en vier kinderen en is gedateerd 10 april 1912; het passagiersschip waarop Reuchlin zich bevond heette de... ‘Titanic’.
Voila.
Lees nu de tekst nog maar een keer:

“Ik ben zo gelukkig dat we die laatste maandagavond rustig en ongestoord konden doorbrengen en dat mijn ‘schatje’ zo flink was toen ik haar verliet. Het is zoveel verstandiger en zoveel prettiger voor diegene die weg gaat, als een afscheid voor enkele weken met verstand tot de juiste proporties wordt teruggebracht.”

O ja, Reuchlin heeft de reis niet overleefd.

Indrukwekkend stukje tekst, niet?

vrijdag 7 oktober 2011

Nieuwe planeet (met leven) in kaart gebracht


Het zal u niet ontgaan zijn: de NASA heeft vorig jaar een planeet ontdekt die veel weg heeft van onze eigen aarde. Haar grootte komt overeen, maar ook – nog belangrijker – de afstand ten opzichte van de ster waar ze omheen cirkelt. Daarbij komt dat de planeet een dampkring heeft en water bevat. Er zijn net als bij ons landmassa's en oceanen. Wetenschappers kwamen al snel tot de conclusie dat er leven voorkomt. De planeet is inmiddels Snok gedoopt, naar de onlangs overleden Sloveense kernfysicus. Helaas zullen we Snok nooit bereiken. De planeet bevindt zich op 163 lichtjaren van de aarde.

In het Maritiem Museum hebben we Snok niettemin tot leven gebracht. Schoolkinderen die de tentoonstelling ‘Recht zo die gaat! Varen op de kaart van Mercator’ bezoeken, maken onder andere een wereldkaart van Snok. Dat doen ze aan de hand van bovenstaande, met NASA-gegevens samengestelde, globe.
Geen eenvoudige opgave.
“Wat vonden jullie de moeilijkste opdracht?”, vroeg ik na afloop van de proefles met groep 7 van basisschool ’t Landje.
“Snok tekenen!”, riepen de kinderen in koor.
“Mooi! Dat was ook precies de bedoeling. Nu hebben jullie zelf ervaren hoe moeilijk het is om een ronde planeet op een platte kaart weer te geven.”
Een probleem waar overigens elke cartograaf mee worstelt of worstelde.
Ook de grote Mercator.
De ontdekking van Snok heeft nu al zijn educatieve nut bewezen.

zondag 25 september 2011

Historisch spervuur


Hoewel de China-tentoonstelling ‘Yin en Jan’ alweer een half jaartje geopend is, zijn we er nog volop mee bezig. Vorige week woensdag hadden we bijvoorbeeld professor Barend ter Haar over de vloer, een gerenommeerd Sinoloog en China historicus, verbonden aan de Universiteit Leiden.
Geen alledaagse gast.
In de entreehal van het Maritiem Museum gaf de professor zijn openingscollege Chinese geschiedenis, vooral bedoeld voor zijn eigen eerstejaarsstudenten – 100 nieuwsgierige exemplaren die voor de gelegenheid naar Rotterdam waren afgereisd - maar ook toegankelijk voor Vrienden van het Maritiem Museum en gewone bezoekers.
Ze kwamen niet voor niets. Professor Ter Haar weet namelijk niet alleen veel, heel veel, over China, hij vindt het ook heerlijk om die kennis te etaleren. In ons geval live aangevuld door onze eigen conservator Irene Jacobs. Ze behandelden samen de 400 jaar oude relatie tussen China en Nederland.
En dat alles in een uurtje.
Het resultaat: een stortvloed aan informatie. Van Dirk China en Jacob van Neck tot Mao Zedong; van Koreaanse buurman Kim Jong Il tot Khublai Khan; en uiteraard van Qin, Han en Tang tot hedendaags China. Menig beginnend student stond het water al snel aan de lippen, maar de professor bracht zijn college zo flamboyant dat ze het hoofd toch boven water wisten te houden. Of dat ook voor onze eigen Vrienden en bezoekers gold, durf ik niet te beweren, maar zeker is dat ze een gedenkwaardig uurtje met een ongekende informatiedichtheid achter de rug hebben.
Leuk hoe ‘Yin en Jan’ ons nog steeds bezig houdt.

woensdag 7 september 2011

Conservator met zelfspot


Toen ik twee jaar terug aan de slag ging in de museumwereld, viel een ding mij meteen op: museummensen nemen zichzelf verschrikkelijk serieus. Aan deskundige specialisten geen gebrek, maar slechts een enkeling heeft zich verdiept in zelfspot.
Ik had echter geluk. In het Maritiem Museum kom ik namelijk wel collega’s tegen die de draak met zichzelf durven te steken. Zelfs onder onze conservatoren; bij andere musea toch vaak de meest zwaarwichtige collega’s.
Zo werd ik een jaar terug aangenaam verrast door Jeroen ter Brugge, ons Hoofd Collecties, zeg maar de überconservator. Jeroen vond het geen probleem om een stoffige parodie op zichzelf te spelen in een introductiefilm bij een van onze museumlessen. Dat verdient natuurlijk veel respect, maar mijn allergrootste held is sinds kort conservator Wouter Heijveld…
Wouter speelde enkele weken terug zichzelf in een interviewfilmpje met Jack Wouterse. Voor de kust van Scheveningen werd hij aan boord van museumschip Mercuur aan de tand gevoeld over kustnavigatie. Hoewel hij waarschijnlijk de enige was die iets tegen zeeziekte had ingenomen, werd uitgerekend Wouter zeeziek. Dat maakte het filmen knap lastig. Zo goed en kwaad als het ging werden, tussen het braken door, de nodige beelden geschoten. De filmsessie eindigde met een tweegesprek tussen Wouter en Jack. Dat ging ongeveer zo:
Jack: “Ah, nu snap ik hoe dat werkt met kustnavigatie.”
Wouter (bleekjes): “Nou… eh… gelukkig maar.”
Jack (plagend): “Harinkje?”
Dat was duidelijk een culinaire suggestie teveel. Voor het oog van de camera draaide Wouter zich om, rende naar de reling en ging vervolgens tamelijk overtuigend over zijn nek. Menig conservator zou bezwaar hebben gemaakt tegen het gebruik van de amusante beelden die dat tafereel opleverde – ze passen immers niet bij het zorgvuldig opgepoetste imago – maar Wouter niet. Wouter besefte dat zijn zeeziekte weliswaar een ongemakkelijke bijkomstigheid was, maar ook dat het filmpje daardoor aan kracht heeft gewonnen. Gelukkig doet Wouter wel aan zelfspot.