vrijdag 4 oktober 2013

Kutzwagers



Zo, dat was wel even spannend.
Vorige week lieten we zeven zeelieden, een zeevrouw, een barmeisje en een havenarts voor het eerst de film bij de tentoonstelling Sex & The Sea zien. Een onthullend document waarin zij zelf de hoofdrol spelen. De regisseurs - het wereldberoemde duo Saskia Boddeke en Peter Greenaway - hebben weliswaar een respectvolle keuze gemaakt uit de vele quotes die de dames en heren aanleverden, maar toch… Hoe zouden ze maanden later reageren op de confrontatie met hun eigen pikante uitspraken?
Voor alle duidelijkheid: zelf vinden we de film fantastisch - juist omdat de hoofdrolspelers zich zo bloot hebben durven geven – maar we willen dat de hoofdrolspelers zelf ook trots kunnen zijn op het eindresultaat.
Die zaterdagochtend meldde Dries zich als eerste in het museum.
“Hé Robert! Heb je ze al koud staan?”
Om Dries hoefden we ons geen zorgen te maken; ruwe bolster, blanke pit en het hart op de tong. Hij zou vast van de film genieten.
De volgende gast was spannender. Dat was Adriaan Rommen, leverancier van de meest bizarre anekdotes. Hij is de man die ons de term “kutzwagers” heeft bijgebracht. Daarmee worden zeelieden bedoeld die met hetzelfde meisje hebben geslapen.
Adriaan is anno 2013 een zachtaardige, sympathieke opa. Een man die zijn wilde haren lang geleden verloren heeft. Over Adriaan zelf maakte ik me geen zorgen, maar tot mijn schrik kwam hij in gezelschap van zijn echtgenote. Een lieve, keurig geklede en gekapte, dame. Zeker niet het  type dat je associeert met schuttingtaal of een spannende blootscene. Wat zou zij vinden van de onthullende en soms onthutsende uitspraken van haar echtgenoot? Had Adriaan zijn vrouw hier wel op voorbereid?
Ik hield mijn hart vast.
Daarna stonden Monique, Willem, Koos en Marc op de stoep. Gelukkig zonder gezelschap.  En als laatste Henk en Dirk. Beiden met hun vrouw, zodat de spanning nog iets werd opgevoerd. Een kop koffie en een punt appeltaart gaven uitstel van executie, maar daarna togen we onvermijdelijk richting tentoonstelling om de film te bekijken. Gespannen observeerden we onze gasten.  Zouden ze het eindresultaat waarderen? Waren ze het eens met de selectie en de montage van hun uitspraken? Terwijl de film draaide en allerlei quotes en erotische beelden de revue passeerden, taxeerden we de reacties.
So far, so good.
Na vijf minuten verscheen Adriaan in beeld. Hij begon te vertellen: “Het kwam uiteraard voor dat een knaap aan boord met hetzelfde meisje naar bed ging als jij. Of je dat nou leuk vond of niet, dat was nu eenmaal zo. Dan waren we kutzwagers.”
Het hoge woord was eruit. Bezorgd observeerde ik Adriaans vrouw…
Mevrouw Rommen keek haar echtgenoot verbaasd aan. Even was het stil… maar daarna schoten ze beiden in de lach.
We hadden ons voor niets zorgen gemaakt. Onze gasten waren unaniem verrast door de kwaliteit van de film, de prachtige montage, hun eigen boeiende verhalen en natuurlijk de mooie tentoonstelling. Applaus na afloop. Een hele opluchting.

Sex & The Sea is vanaf 5 oktober te bewonderen in het Maritiem Museum Rotterdam.

vrijdag 27 september 2013

Beduimelde Brigitte



“Ik stuur je zo Brigitte + vlek, en daarna de hele pdf.”
Een carrière van een educator kan rare wendingen nemen. Maakte ik me een jaar terug nog druk over het wel en wee van onze populaire kindervriend Professor Plons, nu ben ik vooral bezig met overspelige zeelui, hoerenwijken en een blootblaadje, de Brave Hendrik.  
Overigens was ik mijn handen in onschuld; ik beperk mij tot functioneel bloot, passend bij Sex & The Sea , een ondeugende tentoonstelling over het zeemansleven die we op 4 oktober openen. Sex & The Sea heeft mij – als relatief preutse nerd – veel gebracht: (platonische) contacten met hoeren, schunnige verhalen van zeelui en veel kennis over zeemanswijken. Inmiddels kun je me gerust expert van het rosse verleden van Rotterdam noemen.
Leuk voor mijn CV.
Sex & The Sea is vooral een kunstzinnige, poëtische tentoonstelling, vormgegeven door het wereldberoemde duo Peter Greenaway en Saskia Boddeke. Aan conservator Ron Brand en mij de eer om voor enige diepgang te zorgen.  En dus dook ik afgelopen maanden in Rotterdams rosse verleden om de Hoerenloper op poten te zetten, een wandeling voor smartphone langs de zeemanswijken van Rotterdam die eindigt op Katendrecht. Filmpjes, historische foto’s en amusante quizvragen staan garant voor rode oortjes.
Bovenstaand berichtje over Brigitte is van Helmi, onze vormgeefster, en slaat juist weer op de Brave Hendrik, een blootblaadje dat Sex & The Sea mag vergezellen. Wees gerust, net als bij de Playboy lees je dit blad alleen voor de interviews. Het hart van Sex & The Sea is namelijk een even schokkende als hilarische film over het zeemansleven, die gedragen wordt door openhartige quotes van zeven zeelui, een zeevrouw, een barmeisje en een havenarts. Om ook hun volledige verhaal te kunnen brengen, hebben we de Brave Hendrik bedacht. Een vies blaadje gevuld met hun interviews waar een pin-up niet aan mocht ontbreken. Brigitte Bardot - een oude liefde - leek me wel geschikt.
Leuk natuurlijk, maar het eindresultaat vonden we toch wat braaf.  Vandaar dat we de grafische omlijsting van Brigitte op voorhand met wat suggestieve vlekken hebben beduimeld. Een verwijzing naar het feit dat vieze boekjes aan boord nog steeds gretig aftrek vinden.

vrijdag 6 september 2013

Het paleis van Klaas



Vandaag mag ik naar Klaas.
Klaas woont op een ark aan het Gordelpad in Rotterdam. Ingeklemd tussen de drukke Gordelweg en de nog veel drukkere A20 ligt daar het Noorderkanaal en geloof het of niet, het is daar rustig wonen. Twee buffers groen maskeren de verkeersdrukte en met een beetje fantasie waan je je in de Biesbosch. Uiteraard alleen als je slechthorend bent.
Ik word begroet door hond Bliksem, een klein opdondertje dat het territorium van zijn baas luidkeels markeert. Op veilige afstand bekijk ik de ark van Klaas. Echt een klassieker. Een eenvoudige "doos", bekleed met witte baksteenimitatie en bekroond met kunststof dakpannen. Een betonnen bak houdt de ark drijvende.
Bliksem slaat onmiddellijk af als Klaas naar buiten komt.
"Ben u de meneer van de televisie?"
"Nee, nee, van het museum, het Maritiem Museum. De film die we van u en uw woonboot willen maken is voor het museum."
Klaas schudt me stevig de hand: "We moeten nog even buiten praten want de schoonmaakster is nog niet klaar."
Door het raampje zie ik een gekleurde dame kordaat de stofzuiger hanteren.
"Sinds mijn vrouw gestorven is, krijg ik hulp in de huishouding", verklaart Klaas.
Klaas is 77. Zijn vader werd nog door de Duitsers gedwongen om op Noorwegen te varen. "Voor elke bevroren aardappel dreigden de moffen met een dag concentratiekamp." Zelf heeft Klaas ook gevaren, voor de Holland-Amerika Lijn, en later heeft hij veel gezeild. Kortom, Klaas heeft veel met water. Toch woonde hij het grootste deel van zijn leven gewoon aan de wal. "Tot ik zeventien jaar geleden met mijn motorbootje langs deze ark voer. Ik was meteen verliefd, maar moest wel mijn vrouw nog overtuigen. Later had ze hier de mooiste tijd van haar leven."
De hulp is klaar. We mogen naar binnen.
Klaas toont me trots zijn paleisje: het keukentje dat hij samen met zijn zoon heeft ingebouwd, de handige opslag in de compartimenten van de betonnen bak, zijn platje waar het goed vissen is. Overal foto's van de kinderen, kleinkinderen en uiteraard zijn vrouw. "Het was een schatje", zegt Klaas terloops. In de kleine slaapkamer met tijgersprei hangt nog steeds haar zonnebank.
"Wat er fijn is aan wonen op het water? Ja, de vrijheid, hé. En de natuur. Ja, de natuur. Vooral voor vrouwen is dat leuk, met al die jonge dieren en zo."
Ook de omgang met de buren is een pluspunt. Toen Klaas' vrouw net was gestorven, kookten ze voor hem. Ze hielden hem een beetje in de gaten. "Dat is bijna ouderwets hier. Een beetje als vroeger in Kralingen, waar we met z’n allen op stoeltjes buiten zaten. Alleen die nieuwe bewoners, met die 'kastelen', die zijn meer op zichzelf, die bouwen schuttingen."
We gaan even in de woonkamer zitten.
"Weet je wat ook fijn is?", vraagt Klaas. Hij loopt naar zijn computer en klikt een youtube-filmpje aan. "Dat je hier je muziek hard kan zetten. Niemand heeft last van je."
Klaas gaat zitten en kijkt me verwachtingsvol aan. Sarah Brightman en Andrea Boceli beginnen zich de longen uit het lijf te zingen. 'Time to say goodbye’ heet het nummer. De muziek schalt uit de speakers, maar lijkt twee passerende waterkoetjes niet te deren.
Ik kijk naar Klaas. De tranen staan in zijn ogen: "Mooi hé. Ik zet dit nummer altijd heel hard, vooral als ik droevig ben. Het is een troost hé, muziek. Ja, dat is het, een troost."

vrijdag 19 juli 2013

"... wachten tot ik kan inslapen."



"Hallo! Is daar iemand?"
Niemand reageert. Toch staat de deur van de woonboot wagenwijd open en schalt de stem van een nieuwslezer door het interieur: "INWONERS VAN ’S GRAVENDEEL ZIJN VANMORGEN VANAF VIJF UUR WAKKER GEHOUDEN DOOR KERKKLOKKEN…"
Ik loop terug over de houten loopbrug en wil weer op mijn fiets stappen als ik door het voorste raam van de woonboot duidelijk iemand zie zitten.
Toch weer terug.
"Hallo! Mag ik even binnenkomen?"
Ik stap over de drempel en kijk een piepkleine woonkamer in. Daar zie ik een oud dametje op bed zitten. Ze wenkt me vriendelijk en zegt iets, maar dat wordt overstemd door het lawaai van haar televisie.
Ik geef haar een hand.
"Wie bent u?" vraagt ze. Ze zet de tv zachter. Dat scheelt.
"Sorry dat ik zomaar kom binnenvallen. Ik ben Robert van Herk van het Maritiem Museum. Ik heb een vraagje..."
Ze kijkt me aan, met grote niet-begrijpende ogen.
"U moet duidelijker praten, meneer."
Mijn visitekaartje biedt uitkomst. Ze bestudeert het aandachtig.
"Ik ben Robert van Herk van het Maritiem Museum”, herhaal ik luid en duidelijk: “We gaan een film maken over wonen op water en nu heb ik..."
"Het Maritiem Museum? O, dat ken ik wel. Dat is ver weg toch?"
"Valt wel mee hoor. In Rotterdam. We willen graag een aantal woonbootbewoners interviewen. Is dat iet voor u?", val ik met de deur in huis.
"O, wat een leuk onderwerp. Ik woon hier al sinds 1960."
Dat klinkt veelbelovend. De mintgroene woonboot - een schark om precies te zijn - van mevrouw valt me al heel lang op. In voorgaande jaren stonden het dek en de kade vol bloeiende potplanten. Deze zomer niet, maar het ouderwetse scheepje blijft een plaatje.
"Helaas kan ik u niet helpen. Ik heb palliatieve verzorging. Kanker."
Ze vertelt het terloops, alsof het een kleinigheid betreft. Ik sta echter met een mond vol tanden.
"Geeft niks hoor”, pareert ze mijn verwarring: “Dat kon u niet weten, dat ik hier zit te wachten tot ik kan inslapen."
Beschaamd wissel ik nog wat beleefdheden uit en laat haar daarna met rust. Het voelt als vluchten. Ik laat haar immers achter, eenzaam op bed in haar snikhete woonkamertje. Achter me hoor ik dat ze het nieuws alweer harder zet: "DE DERDE DAG VAN DE VIERDAAGSE WAS QUA WEER DE MOEILIJKSTE DAG…"
Op de kade kijk ik nog een keer om. Het silhouet van mevrouw zwaait me vriendelijk gedag.
“Lekker belangrijk, zo’n film”, denk ik nog.

maandag 8 juli 2013

Getatoeëerde bolster, blanke pit



“Hé Robert! Kom binnen, jongen!”
Ik bezwijk bijna onder Dries’ joviale schouderklop. De potige zeebonk  trekt me zijn minuscule Vlaardingse flatje binnen.
“Let niet op de rommel hoor!  Ja, het is hier veels te klein. Ik zoek nog naar een andere woning.”
De inrichting van Dries’ woonkamer is met recht bont en barok te noemen. Zware katrollen en blokken hangen aan het plafond, de muren zijn behangen met maritieme uitingen en op het balkon staan drie luchthappers.  Goede vriend Huib is ook van de partij. Hij zit in de woonkamer. Toen ik aanbelde hadden Dries en Huib net een sigaretje opgestoken. Nu zitten ze nog degelijk aan de koffie. Het is dan ook zondagochtend.
Dries is een van de zeemannen die figureert in de centrale film bij onze nieuwe expositie Sex and the Sea. Daarin spreekt hij openhartig  over zijn liederlijke leven in vreemde havens. Dolle Dries, zoals zijn officiële bijnaam luidt, schaamt zich nergens voor, maar is toch ook van de nuances.
“Het is echt niet alleen hoeren en sloeren hoor. Ik ken ook zat mannen die na zes maanden op zee hun meissie recht in de ogen kunnen kijken.”
Huib knikt bevestigend.
Het contrast tussen Dries en mij kan niet veel groter, maar ik – lang, mager, brave huisvader, boekenwurm en geheelonthouder – en Dries – groot, fors, volledig getatoeëerd en kroegtijger  – delen een passie voor maritieme (sterke) verhalen. Voor de tentoonstelling heb ik nog een goede foto van Dries nodig. Van toen hij nog zeeman was. Dries is niet van de computers. Of ik niet bij hem thuis een fotootje kon komen uitkiezen?
Vandaar.
Een leuk bezoek overigens. Types als Dries komen niet dagelijks op mijn pad, maar bewijzen telkens dat vooroordelen bestaan om geslecht te worden. Want ondanks zijn ruwe taalgebruik en imposante voorkomen, is Dries een weemoedig zeeman met een piepklein hartje. Een joviale vent die van mensen houdt.
“Ja joh, dit flatje is natuurlijk veels te klein. Ik zit hier sinds mijn scheiding.”
“Oh, vervelend.”
“Ze heb gelijk hoor”, vervolgt Dries: “Als je zegt dat je iets nooit meer doet en je doet het toch, is het een keer genoeg.”
Huib roert in zijn koffie en luistert zwijgend mee.
“Maar we zijn nog steeds goed bevriend hoor, mijn ex en ik”, vervolgt Dries: “Ze is gehandicapt. Ik kook elke zondag voor haar en laat de honden uit. Ik laat haar nooit in de steek.”
Goeie vent.

donderdag 20 juni 2013

Technisch weer



“Technisch weer zeker?” roept een woonbootbewoner ons toe.
Rein Schuddeboom, directeur van het Havenmuseum, moet lachen. Hij kent zo’n beetje alle woonbootbewoners van de Rotterdamse “Waterstad”, van de Leuvehaven tot het Harinvliet. Een plaagstootje kan hij wel waarderen.
Technisch weer is het zeker – de zon schijnt volop - maar dat konden we van te voren niet weten. Op uitnodiging van Rein varen we in een open bootje door de museumhavens van Rotterdam. We laten ons bijpraten over het wonen op water, iets dat in hartje Rotterdam verrassend veel gebeurt. Er is trouwens nog een kenner aan boord: Vincent van Loon, van het Amsterdamse Woonbootmuseum. Ook hij geniet. De wederopbouwhavens van Rotterdam vormen natuurlijk een groot contrast met de pittoreske 17de eeuwse grachten uit de hoofdstad.
“Ja, maar toch vind ik het indrukwekkend hoor”, zegt Vincent sociaal wenselijk, “Het water, die woontorens, het Witte Huis en dan die naoorlogse architectuur. Uniek!”
“Vroeger zag je hier vooral de geitenwollen sokken, op schepen met eigen gebreide luikenkappen”, grapt Rein, "maar nu zijn woonbootbewoners vaak tweeverdieners. Wel zie je meestal dat ze terugkeren naar de wal zodra de kinderen komen.”
Rein kan het weten. Het Havenmuseum beheert immers de Rotterdamse museumhavens. Rein is er van overtuigd dat je via het woonbotenbeleid de oude havenstad nieuw leven in kunt blazen. Vandaag illustreert hij zijn gelijk. Niet alleen liggen er veel meer woonboten in de historische havens dan we vooraf beseften. Er gebeurt ook van alles aan dek: spelende kinderen, zonnebadende dames, klussende eigenaren… noem maar op. Wonen op het water geeft reuring en al die boten natuurlijk een mooi gezicht. We genieten ervan terwijl Rein enthousiast vertelt en ons door de havens laveert.
Al dat moois ligt dus bij het Maritiem Museum om de hoek te dobberen. Wellicht kunnen we er iets mee. Eerst een bezoek aan het museum en dan een fijne wandeling bijvoorbeeld. Zo bieden we een frisse neus na een inhoudelijke tentoonstelling.
Altijd prettig.
Niet alleen bij technisch weer.


vrijdag 17 mei 2013

"Ik ben de zoon van mijn moeder."


 
Een zonnige middag in mei in het Oude Noorden.  Vijf Turkse mannen maken een praatje voor hun garage en kijken toe hoe ik mijn fiets in de Jacob Catsstraat aan een acacia probeer vast te zetten.
Ik bel aan bij het juiste adres.
Afke doet open.
“Ah, de meneer van het museum…  Jongens, kom ’s kijken wie er is?!”, roept ze de gang in.
Een klein mannetje van vier komt aangerend.
“Ik ben Kembou. Ik ben de zoon van mijn moeder.”
Goed om te weten.
Afke nodigt me uit naar binnen. Kembou gaat me voor. Zijn grote broer, Amadou van zeven, staat ons in de achterkamer al op te wachten, z’n handen vol met speelgoedboten. Vader Abeidy, geboren in Mauretanië en sinds zeventien jaar in Nederland, schudt me vriendelijk de hand.
Amadou en Kembou zijn onze directeuren-voor-een-dag tijdens de eerste Museumstraat van zaterdag 1 juni. Leuk natuurlijk, het Maritiem Museum is immers hét familiemuseum van Rotterdam.
Nadat Amadou en Kembou hun boten en piratenboeken hebben geshowd, praten we verder aan de eettafel. De spanningsboog van de twee jongens is inmiddels verslapt; ze achtervolgen elkaar joelend met hun boten, terwijl  ik met Afke en Abeidy de details voor de Museumstraat bespreek. De act is snel uitgewerkt: we koppelen het “Jongensland” van Amadou en Kembou aan het historisch realisme van ons museum. Het huis zal in piratensfeer worden aangekleed, bezoekers worden ontvangen in de voorkamer met een filmpje over piraten en in de achterkamer zal Afke de leefwereld van haar jongens schetsen ( geïllustreerd met hun  speelgoed, boeken en tekeningen). Tenslotte zal ik ons 18de eeuwse kanon van de VOC tevoorschijn toveren. Want - en daar gaat het die middag in de Jacob Catsstraat om - klopt ons beeld van piraterij eigenlijk wel?
En de museumdirecteurtjes?
Die draaien natuurlijk ook mee. Kembou en Amadou ontfermen zich over de jongste bezoekers van de Museumstraat. In de tuin wacht een zwembadje met boten, want onze directeuren-voor-een-dag snappen heus wel waar een familiemuseum voor staat: programmering voor jong en oud.


De Museumstraat in 2013

Jacob Catsstraat (Oude Noorden): 1 juni
Blokweg (Feijenoord): 2 juni
Kastanjeplein (Schiebroek): 8 juni
Jericholaan (Kralingen): 9 juni

Steeds van 12 tot 17 uur

Zie ook: www.museumstraat.nl