woensdag 11 juli 2012

Een Professor met fantoompijnen?



Drie weken terug is het Maritiem Museum bevallen van een nieuwe Plons. De vierde alweer.
Geloof me, dat ging ons niet in de koude kleren zitten. De lat lag hoog want Professor Plons is al sinds 1992 hét succesnummer van ons museum. Voor veel jongvolwassenen uit de regio was de Professor, die inmiddels enkele keren van gedaante is veranderd, zelfs hun eerste kennismaking met de museumwereld. Daarmee bederven we wel een beetje de museummarkt, want als je met een Plons-attitude Boijmans bezoekt, kom je van een koude kermis thuis.
Hoe dan ook, na acht jaar was de derde Plons aan vervanging toe. En uiteraard moest de opvolger zijn voorganger op z’n minst evenaren. Niets werd aan het toeval overgelaten: we werkten samen met de PABO Hogeschool Rotterdam; lieten onze ontwerpen beoordelen door leerkrachten en kinderen van Daltonschool de Margriet; gingen in zee met Tinker, misschien wel de beste ontwerper van familietentoonstellingen in Nederland; en gaven onze ogen natuurlijk de kost bij de concurrentie.
Na anderhalf jaar voorbereiding was het op 14 juni zover: groep 3 en 6 van de Margrietschool mochten de nieuwe Plons komen testen. Een spannend moment. Deze kinderen kenden immers de oude versie en hadden wellicht last van de fantoompijnen die zich al tijdens de bouw aankondigden.
“Het ballenbad komt toch wel terug?”, hoorden we bezoekers regelmatig zeggen.
“Is het weer met van die karretjes met containers? Die vond ik altijd zo leuk!”, vertrouwde mijn neefje mij toe.
Laten dat nu net twee onderdelen zijn die in Plons 4 ontbreken. Die knoop hadden we een jaar geleden vol overtuiging doorgehakt, maar nu begonnen we toch wel een beetje te twijfelen. Zou de nieuwe Plons de oude Professor doen vergeten?
Het uur van de waarheid was aangebroken.
Meteen na binnenkomst stortten de kinderen van de Margrietschool zich vol enthousiasme op de tentoonstelling. Er werd gevist en gekookt op de Zuipschuit van Kapitein Kurk; de duikboot van Schurk Scheurbuik bleek al snel razendpopulair; de zeilboot van Sai-Ling maakte haar eerste imaginaire reizen; en buiten versleepten de kinderen onvermoeibaar tonnen, zakken en containers van het onderzoeksschip van Plons naar de andere schepen. En weer terug. En nogmaals.
“Meneer! Meneer!”, schreeuwde een jongetje me toe. Met een rooie, bezwete kop duwde hij containers over de rollerbaan naar ‘Stapelgek’, het containerschip: “Deze Plons is veel leuker dan de vorige!”
Pfew!
Missie geslaagd.

donderdag 28 juni 2012

Pubers moeten op mammoetjacht


Enkele weken terug had ik een maatschappelijk stagiair. Eigenlijk zijn wij daar niet zo van, maar af en toe maken we een uitzondering. Soms omdat een scholier opvallend enthousiast aanklopt, vaker omdat de kandidaat een bekende is van een collega.
Ik kreeg een weekje Sjors.
Sjors behoort tot de tweede categorie. Hij is een goeie vriend van mijn zoon. Dat zijn school – het Maaslandcollege, een VMBO – eigenlijk niets met het Maritiem Museum te maken heeft, zagen we door de vingers.
Sjors is niet altijd de makkelijkste. Op school hangt hij geregeld de puber uit. En dat hangen mag je letterlijk nemen. Toch durfde ik het wel aan. Want, zoals zo vaak bij pubers: haal ze tussen hun soortgenoten op de apenrots vandaan en het blijken sympathieke, inlevende primaten te zijn.
Mensen bijna.
Zo ging het ook met Sjors. Eenmaal in het museum was hij in voor alle klusjes. Op maandag maakte hij gemotiveerd De Buffel schoon, op dinsdag bouwde hij mee aan de nieuwe Professor Plons en tijdens de resterende dagen testte hij al onze VMBO-lesmaterialen. Dat mocht ongezouten en zo kreeg ik zijn oordeel ook uitgeserveerd: “Saai. Het boeide me totaal niet”, was zijn mening over onze les bij de tentoonstelling Onder Een Vlag.
Even pijnlijk als nuttig.
Sjors assisteerde ook een van onze museumdocenten bij de les Echte Piraten. De metamorfose was compleet: van sceptische puber tot motiverende leerkracht. Monique, zijn mentor, observeerde hem tijdens een van de lessen en was aangenaam verrast. Dit jaar had ze best een kluif aan Sjors, maar toch heeft ze een zwak voor hem. Ze herkent Sjors’ kwaliteiten: “Het is een ondernemende, slimme jongen. Jammer alleen dat hij schoolbankjes als een marteling ondergaat.”
Uiteraard hielden we een eindgesprek. Met z’n drieën.
“Weet je”, vertrouwde Monique ons toe: “Veel jongens, ook bij ons, beschouwen school als een straf. Het zijn doeners. In de prehistorie ondergingen ze op hun leeftijd overgangsrituelen. Ze moesten op mammoetjacht, bewezen dat ze een man waren. En eigenlijk is dat precies was onze jongens nog steeds willen: op een mammoet jagen, liefst terwijl meisjes bewonderend toekijken. Maar kijk eens naar buiten…”
Monique gebaarde naar mijn uitzicht op het Churchillplein. Sjors en ik keken belangstellend uit het raam.
“Geen mammoet te zien!”, lichtte ze toe: “Dat kan onze maatschappij jongens niet meer bieden. Bij ons moeten ze stil zitten, luisteren en leren.”
Originele vergelijking, vond ik. Maar vooral leuk dat ons museum, afgaand op Sjors’ enthousiasme, kennelijk een alternatief kan bieden voor de mammoetjacht.

vrijdag 15 juni 2012

Over scheetkussens en doodskisten



Het kantoor van een educator is makkelijk te herkennen; over het algemeen is er net een bom ontploft en meestal ligt de ruimte vol zonderlinge attributen. Vooral props die bij lesprogramma’s horen. In mijn geval – ik kijk even inventariserend rond – gaat het om: een kanonskogel, verrekijkers, een champagnefles en een scheetkussen. Wees gerust: voor de aanwezigheid van deze objecten bestaat een sluitende verklaring zodat ik verbaasd bezoek alsnog kan overtuigen van de diepgang van het educatieve vakgebied. Dat scheetkussen bijvoorbeeld, hoort bij “Moving Aboard”, een les waarbij leerlingen aan boord van de Buffel een eigen korte speelfilm schieten. Daarbij kunnen ze kiezen uit diverse scenario’s, waaronder “humor om te lachen.”
Vandaar.
Vreemd? Ach, het kan altijd erger.
Vorige week bezocht ik Conny Groot van het Euro+ Songfestival. Samen met Conny en de cultuurscout van Charlois gaan we muzikaal aan de bak. Oudere bewoners die Charlois nog als maritieme havenwijk hebben gekend, worden muzikaal in contact gebracht met jonge, veelal allochtone, Charloissers die met hun rug naar de haven leven. Deze ontmoeting resulteert in een muzikaal optreden tijdens de Wereldhavendagen en de Zuiderparkspelen. Een leuk project dat uiteraard serieus wordt voorbereid.
Nu moet u weten dat Conny een alleraardigst kantoortje heeft onderin de Bergpolderflat, een rijksmonument uit 1932 van architect Willem van Tijen. Een plek dus met een zekere standing. Conny komt dus representatief voor de dag. Althans, in die veronderstelling verkeerde ik.
Tot onze laatste ontmoeting.
“Dus wij benaderen eerst onze eigen zangtalenten op Zuid?”, vroeg Conny.
“Dat zou fijn zijn. Vragen jullie dan of ik ze daarna mag benaderen? Ik wil ze persoonl...”
En toen viel ik stil.
Mijn blik was gevallen op het interieur achter Conny. Daar lachte een sobere grenen doodskist met satijnen voering mij toe. De deksel stond gastvrij open.
“Wat heb jij nou?”
Geamuseerd keek Conny om.
“O, dat?! Die kist gebruiken we voor “Nu of Nooit”, een show waarbij de muziek symbolisch ten grave wordt gedragen. We hadden even geen handiger plek om de kist te stallen.”
“Ach so.”
Ietwat verward fietste ik terug naar het museum. Dat scheetkussen van mij is eigenlijk niet eens zo heel absurd.



vrijdag 1 juni 2012

Sexy zeebenen


Onschuldig plaatje, toch? Ik heb 'm vorige week geschoten. We zien een tweedejaars PABO-studente aan boord van de Buffel die tijdens de Terug-In-De-Tijd-Reis een matroos speelt. Ze was niet de enige. Ruim 100 studenten hadden zich voor dit project in maritieme kledij gestoken om drie dagen lang, op gepaste wijze, 900 schoolkinderen te entertainen.
Vorig jaar was de eerste aflevering van de Terug-In-De-Tijd-Reis een groot succes. De studenten deden het fantastisch, maar toch waren we niet streng genoeg geweest. Vonden we. De kleding kon beter, authentieker, historischer. En dus mocht een aspirant-Viking van ons geen helm met hoorns dragen (een onpraktische modegril die aan de Noormannen voorbij is gegaan) en moesten studenten zich op de Buffel in 19de-eeuwse matrozenkleding hullen.
Inmiddels vraag ik af of we wel streng genoeg zijn geweest.
Niet dat de Terug-In-De-Tijd-Reis dit jaar geen succes was. In tegendeel, de kinderen hebben weer genoten en de samenwerking met de PABO was voorbeeldig, maar enkele studenten liepen er toch weer bij alsof het een historische casual friday betrof. De matroos op de foto vond ik echter tamelijk overtuigend. OK, een vrouwelijk bemanningslid aan boord van de Buffel was in de 19de eeuw absoluut ondenkbaar (het schip zou onmiddellijk vergaan) en het matrozenpakje is misschien wat frivool, maar verder niets op aan te merken. Toch?
Dacht ik ook.
Tot ik wat langer bleef kijken. De historische act van deze studente bestond uit twee gedeeltes. Eerst vertelde ze, samen met een collega-matroos, over het karige eten aan boord van de Buffel. Bij het tweede gedeelte mochten de kinderen ook echt proeven.
“Willen jullie weten wat wij hier te eten krijgen?”
“Jaahaaaaaa!”, riepen de kinderen dapper.
“En durven jullie dat te proeven?”
“Jaahaaaaaa!”, riepen ze argeloos.
Vervolgens ging de matroos van tafel om de kids naar de naburige proeverij te loodsen. Terwijl ze opstond, werd de rest van haar kleding zichtbaar. Vooral haar broek viel op. Die was stemmig wit, dat wel, maar ook tamelijk kort; nog net geen hot pants... Sterker nog, nadere beschouwing leerde dat deze “marineman” zich sierlijk voortbewoog op een stel lange zeebenen, gestoken in rode, hooggehakte pumps. Meer als een verleidelijke Sirene, dan als ruwe zeebonk. Menig 19de-eeuws bemanningslid zou alleen al bij de heupwiegende aanblik acuut een hartverzakking krijgen.
Ergo, de bovenkleding was dik in orde, alles onder de gordel kon niet door de beugel.
Volgend jaar toch nog iets strenger optreden, dacht ik halfhartig. Maar ach, het was de laatste dag van het project en buiten was het warm. Voor deze ene keer zag ik het door de vingers.

vrijdag 11 mei 2012

"Echt tijdverspilling"


“Morgen naar maritiem museum, echt tijdverspilling!”
Geen idee wie djessieeee is, maar ze was de afzender van bovenstaande tweet. Pijnlijk medium is dat toch, dat Twitter. Iedereen mag zijn - al dan niet gefundeerde - mening de virtuele ether in slingeren en de rest van de wereld kan vervolgens meegenieten. Althans, dat deel van de wereld dat zich laat betwitteren.
Ik zag djessieeee’s mening passeren op het intranet van ons museum, waar een speciale kolom alle tweets met #maritiemmuseum toont. Natuurlijk kan ik er luchtig over doen, maar djessieeee zette me toch aan het denken. Wat is er mis met ons? En wie zou djessieeee eigenlijk zijn? Ik bekeek haar profielfoto: een knappe jonge dame. Waarschijnlijk eentje die in schoolverband ons museum bezocht.
Een puber dus eigenlijk.
Dat verklaarde een hoop. Pubers zijn immers een lastige doelgroep. Op voorhand serveren ze musea af als stoffig en saai, ondanks onze enthousiaste pogingen om interactief op en door de knieën te gaan. Aan djessieeee is het in ieder geval niet besteed. Tweets zijn meestal oprecht.
‘s Avonds ging ik met vriend Karel en onze zonen Daan (14) en Mees (12) naar de bioscoop. De keuze was gevallen op “Battleship”. Een actiefilm. Terwijl djessieeee’s tweet nog door mijn hoofd spookte, bekeek ik de film en observeerde ik de jongens. Die genoten zo te zien met volle teugen. Het was ook niet niets: in stereo surround werd onze fragiele planeet, voor de gelegenheid bevolkt met opgefokte marinemensen en rondborstige dames, overrompeld door buitenaardse wezens in superieure amfibische ruimteschepen. Wij - de mensheid - maakten natuurlijk geen schijn van kans, maar gelukkig konden de aliens op hun beurt slecht tegen zonlicht en hadden ze buiten een zeventig jaar oud slagschip gerekend dat met behulp van enkele bejaarde veteranen ten strijde trok. Kort samengevat illustreerde “Battleship” hoe je met een shot testosteron en een ongezonde dosis chauvinisme elke geavanceerde buitenaardse cultuur op de knieën krijgt. En dat alles in twee uur visueel geweld vol uitzinnige computeranimaties. Heel educatief.
Toen moest ik weer aan djessieeee denken.
Als de gemiddelde puber een diepgang van 140 tekens heeft en een museumbezoek, onder veel meer, moet concurreren met films als “Battleship”, wat vind een scholier dan van het Maritiem Museum? “Echt tijdverspilling” dus.
Hmm.
Kennelijk moet ik toch nog meer uit de kast halen om de djessieeees van deze wereld te charmeren. Te beginnen bij het inkorten van dit blog tot maximaal 140 tekens:

#pubers zijn rare, hormonaal verblinde egocentrische wezens die we, ondanks al hun gebreken, graag verwelkomen in het #maritiemmuseum

donderdag 3 mei 2012

Illegaal met glans


Wat was dat leuk om te doen, de Museumstraat!
Afgelopen twee weekenden waren vijf musea te gast bij Rotterdammers thuis. Eerst aan de Dordtselaan en op Coolhaven, daarna in IJsselmonde en Hillegersberg. Ons museum was te gast bij een cultureel ondernemer, een Oostzeezeiler, een marineman en een beeldend kunstenaar. Daarmee was geen dag hetzelfde, want tijdens de Museumstraat doen de musea hun kunstje niet alleen, maar samen met de gastheren. Hun talenten, verhalen, kunstvoorwerpen en ambiance koppelen we aan onze eigen museale objecten.
De insteek van het Maritiem Museum was pragmatisch: we namen slechts een object mee. Maar wat voor een!? Een prachtig, zeer waardevol boek uit 1646 over de eerste vijftig jaar van de VOC. Een dikke pil – destijds illegaal, want zonder toestemming van de VOC gepubliceerd - boordevol spannende reisverslagen en geïllustreerd met kopergravures. Telkens lichtten we een nieuw thema uit het “Grote Boek” toe. Zo leende het prachtige uitzicht over Rotterdam vanaf een penthouse aan de Dordtselaan zich voor allerlei bespiegelingen over de eerste catastrofale Rotterdamse expedities naar Azië; concentreerden we ons aan boord van Oostzeezeiler Jan Noz op navigatie en Willem Barendsz; paarden we de avonturen van marineman Marcel Verhoef aan schermutselingen met vermaledijde Portugezen en heidense wilden; en nam kunstenaar Victor Hoefnagels ons mee op zijn imaginaire ontdekkingsreizen, waarna we ons laafden aan historische expedities in een wereld vol dodo’s en terra’s incognito.
Het klinkt misschien onbescheiden, maar het publiek hing tijdens de Museumstraat aan onze lippen. Zelfs een wijkagent uit IJsselmonde, die het illegale boek in beslag wilde nemen, maar tijdig concludeerde dat de misdaad inmiddels verjaard is, was onder de indruk.
Een bedankje voor de gastvrije en praatgrage bewoners is in dit blog natuurlijk op zijn plaats. Maar ook collega Eric Groen, onze doortastende beveiliger, speelde een sleutelrol. Hij was er steeds bij, doseerde het publiek en hield een oogje in het zeil. Al snel werd hij omgedoopt tot “de bewaker van het Boek”.
Een gewichtige functie.
En laat ik onze depotbeheerder Henk Heikamp niet vergeten: hij construeerde een chique, schokbestendige “bomkoffer” om het stokoude en kwetsbare VOC-boek, waardoor alleen al het uitpakken een spannende act werd.
Succes verzekerd.
Ons boek, toch al een topobject, kreeg dankzij Eric en Henk extra glans.

www.museumstraat.nl

vrijdag 13 april 2012

Van Wassenaar naar Rotterdam-Zuid


Dit is Eric.
Eric is een bijzondere man. Onlangs verhuisde hij van Wassenaar naar Rotterdam-Zuid. Naar de Dordtselaan om precies te zijn. Groter contrast is nauwelijks denkbaar.
Eric gelooft heilig in de potentie van Zuid, heeft een hekel aan beleidstijgers en vindt dat je binding moet hebben met een wijk om er iets moois van te maken. Hij valt wat uit de toon, deze doublebreasted blanke heer in de multiculturele Tarwewijk, maar hij heeft het er reuze naar zijn zin. Eric gelooft namelijk ook in mensen. En daar zijn er veel van op Zuid.
Eric noemt zichzelf cultureel ondernemer. Hij bemant dagelijks Atelier Tarwewijk onderin de kopflat aan de Dordtselaan. Daar kun je hem dagelijks bewonderen achter glas. In de etalage, zeg maar. Druk bezig met bewoners en leuke projecten.
Bovenin diezelfde kopflat heeft Eric twee minuscule appartementen gekocht en samengevoegd. De vierkante meters maken weinig indruk, het uitzicht over de Waalhaven des te meer.
Bij Eric thuis is het straks een kleine stap van wereldhaven Rotterdam anno 2012 naar VOC-stad Rotterdam anno 1646. Eric is namelijk een van de vijf gastheren van de Museumstraat. Aanstaande zaterdag (21 april) kun je samen met Eric en mij bladeren door ‘Begin ende Voortgang vande Vereenigde Neederlandtsche Geoctroyeerde Oost-Indische Compagnie’. Een uiterst zeldzaam boek uit de Gouden Eeuw waarin ook de reizen van Rotterdamse VOC-schippers worden beschreven en geïllustreerd. Een topstuk van het Maritiem Museum.
Dichter bij dit boek zul je nooit meer komen. Gewoon bij Eric thuis. Bovenin zijn bescheiden penthouse.

Meer weten? Surf naar: www.museumstraat.nl